Maak uw keuze:

Algemene Kerkeraad

new OaleGrieze west

new OaleGrieze oost

Kruidenwijk

Jeugdwerk

diaconie new1

new CvK

Beleidsplan Protestantse Gemeente te Hellendoorn
2018-2022 (Algemene Kerkenraad)
Vastgesteld in AK-vergadering van 22 november 2018



Inhoud 

1. Missie en visie 

2. De relatie naar boven 
2.1 Eredienst (WKR)
2.2 Geloofsopvoeding voor de jeugd (WKR)
2.3 Vorming en toerusting

3. De relatie naar binnen 
3.1 Pastoraat (WKR)
3.2 Organisatiestructuur Protestantse Gemeente te Hellendoorn
3.3 Predikanten en kerkelijk werker in het pastoraat
3.4 Jeugdwerk
3.5 Beheer

4. De relatie naar buiten
4.1 Diaconaat
4.2 Missionair werk                                                                                                                                                                        4.3 Communicatie



1. Missie en visie

Het beleidsplan 2012-2016 ging uit van de drieslag ‘geloof, hoop en liefde’. Het beleidsplan 2018-2022 heeft een andere drieslag als invalshoek: daarin staan de relatie naar boven, naar binnen en naar buiten centraal. Die aanduidingen staan voor ‘Rond geloof’, ‘Rond de geloofsgemeenschap’ en ‘Rond de diaconale en maatschappelijke presentie’. Voor deze drieslag is gekozen op basis van ‘Kerk 2025’ van de Protestantse Kerk in Nederland. Het beleidsplan 2018-2022 wil dus aansluiten bij de landelijke visie op ‘back to basics’ oftewel ‘waar het op aankomt’. Daar is niet mee gezegd dat de drieslag van het beleidsplan 2012-2016 achterhaald is. Integendeel. Al in de eerste alinea daarvan wordt gesproken over ‘dienst aan God, aan de leden van de gemeente en aan de wereld’. Feitelijk gaat het dus om dezelfde benadering in andere bewoordingen.

‘Kerk 2025’ is niet uit de lucht komen vallen. Het document heeft alles te maken met de krimp van de kerk. Toch is het een hoopvol traject. Want: ‘Waar een woord is, is een weg’. Wij mogen geloven dat de Geest ons zal helpen om kerk te zijn. En de krimp van de kerk, waar we onze ogen ook in Hellendoorn en omstreken niet voor kunnen sluiten, kan ons meer bewust maken van onze missionaire roeping. Dan kan zelfs over groei gesproken worden, misschien niet in kwantitatieve, maar wel in kwalitatieve zin. Want de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Dit beleidsplan is het beleidsplan van de Algemene Kerkenraad. Het gaat dus om een plan voor de gehele gemeente dan wel alle drie wijken tezamen. Scherper dan in het vorige worden de beleidsterreinen van de wijkkerkenraden, die hun eigen verantwoordelijkheden hebben, daarvan onderscheiden. Die worden er als paragrafen in twee lijnen ingevoegd. Een voor ‘Dorp’ en een voor de ‘Kruidenwijk’.

Een beleidsplan kan niet zonder een missie en een visie. Missie en visie geven in de kern aan wie we zijn (onze oorsprong, identiteit en centrale waarden) en waar we naar toe willen werken (welke doelen streven we na?).
Dragende begrippen voor het gemeenteleven zijn: Geloof, hoop en liefde (1 Korintiërs 13:13) als verwoording van oorsprong, identiteit en centrale waarden.
- Geloof in de blijde boodschap.
- Hoop op de vervulling van Gods beloften voor Zijn volk en de wereld.
- Groei en bloei vanuit de bron van Gods liefde in Jezus Christus, in liefde tot elkaar.
Deze drieslag is de basis. In de nieuwe drieslag van boven, binnen en buiten gaat het meer richting de praktijk.



2. De relatie naar boven
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat we binnen onze gemeente willen bereiken en doen om onze relatie met God te versterken. We gaan in op de eredienst, op vorming en toerusting en op geloofsopvoeding voor de jeugd.


2.1 Eredienst
Aangezien ‘Dorp’ (Dorpskerk) en ‘Kruidenwijk’ (Schaapskooi) ieder een eigen invulling geven aan hoe de eredienst gevierd wordt, is het beleid rondom dit onderwerp opgedeeld in een a-deel met daarin de beschrijving van de eredienst in de Dorpskerk en een b-deel met daarin de beschrijving van de Schaapskooi.

2.1a Eredienst ‘Dorpskerk’
Uitgangspunten:
De zondagse erediensten dienen tot eer van God en vormen het hart van het gemeenteleven. Hierin:
- Komen we samen rond het Woord van God, zingen we de lofzang en bidden wij;
- Vieren we de sacramenten van doop en avondmaal;
- Wordt het Woord uitgelegd en verkondigd als bemoediging en troost, als opdracht en inspiratie, om vanuit de Bijbel, als bron en toetssteen, inzicht te krijgen in wat goed leven is, voor mijzelf, voor de samenleving en voor de schepping;
- Maken we een begin met de dienst aan de wereld, de samenleving en de schepping;
- Bieden we plek aan alle generaties én gasten in ons midden.

Huidige situatie/organisatie:
De invulling van de diensten valt onder de verantwoordelijkheid van de wijkkerkenraden. Besluiten over de invulling van de diensten in de dorpskerk worden in de huidige structuur genomen in de vergadering van de Algemene Kerkenraad, na bespreking in de wijkkerkenraden West en Oost.

Naast de ‘reguliere’ zondagse erediensten, zijn er onder meer gezinsdiensten, jeugddiensten, jongerendiensten, krabbeldiensten, zangdiensten, vespers, oecumenische diensten. Daarnaast is er in de Stille Week de Paascyclus.

De Dorpskerk heeft een commissie Eredienst, waarin een predikant, een ouderling, een organist, een vertegenwoordiger van de kindernevendienst en enkele gemeenteleden zitting hebben. Zij hebben als taak de eredienst voor te bereiden, als ook beleidskeuzes van de kerkenraad verder uit te werken.

Aandachtspunten:
a. Inhoud van de verkondiging
b. Vorm van de diensten
c. Verbinding tussen de diensten in Dorpskerk en Schaapskooi
d. Aansluiting erediensten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren
e. Dubbele ochtenddiensten en reguliere avonddiensten in Hellendoorn
Beleidsvoornemens:
a. Als middelpunt van de eredienst dient de uitleg en verkondiging van Gods Woord in de gemeente aan de orde te komen in de wijkkerkenraden en Algemene Kerkenraad; dit komt daarom tenminste een keer per jaar op de agenda. Drie kernpunten: de inhoud van de prediking, het gesprek hierover in onze gemeente én de verbinding met andere gemeente-activiteiten.
b. De vorm van de diensten en de achterliggende theologische gedachten vragen om zorgvuldige keuzes. De commissie eredienst evalueert erediensten en verkent alternatieve vormen, de plek voor jeugd in de dienst, (gebruik) kerkmuziek, bereidt beleid voor en werkt beleidskeuzes uit.
c. De verbinding tussen de diensten in beide kerkgebouwen wordt bevorderd door het gesprek over de eredienst in de Algemene Kerkenraad, het predikantenoverleg en onderlinge kanselruil.
d. Middels met name bijzondere diensten wordt aansluiting gezocht bij de verschillende leeftijdsgroepen door hier actief aan te blijven werken en waar nodig bij te stellen (zie ook paragraaf 3.4 Jeugdwerk). In de wekelijkse eredienst wordt, voordat de kinderen naar de nevendienst gaan een moment van aandacht ingelast, een contactmoment met voor hen begrijpelijk taal en/of beeld. Verkend wordt welke mogelijkheden er liggen in het verder intensiveren van de connectie kerk en school.
e. In 2016 is door een daarvoor aangestelde commissie in het kader van bezuinigingen o.a. onderzoek gedaan naar het samenvoegen van de beide ochtenddiensten in Hellendoorn dorp. Uit de tellingen van de bezoekersaantallen is volgens deze commissie gebleken dat er geen periode aan te wijzen is die structureel minder kerkgangers genereert. Verder voorzien beide diensten nog in een behoefte: eerste dienst wordt vaak ervaren als een ‘gewone’ dienst en de tweede dienst als een dienst met meer diversiteit. Op die basis is besloten beide diensten te handhaven en hier de komende jaren kritisch naar te blijven kijken en indien nodig te herzien. Uiteraard is dit een gevoelige transitie, die goede zorg en een positieve benadering vraagt, waarbij de gemeente gehoord moet worden.
Ditzelfde onderzoek is ook gedaan voor de avonddiensten in Hellendoorn. De diversiteit van de avonddiensten wordt als prettig ervaren. In de zomermaanden – juli, augustus - is het bezoekersaantal heel laag (< 15 komt voor), vooral bij gastpredikanten. Onderzoeken hoe dit anders kan; mogelijkheid van minder diensten en/of andere invulling van het preekrooster in deze zomermaanden overwegen en zo nodig doorvoeren.


2.1b Eredienst ‘Schaapskooi’
Uitgangspunten:
Het fundament, de basis, is de Bijbelse boodschap, het evangelie. We kunnen alleen een sprekende kerk zijn wanneer we God belijden als Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat belijden moeten we dan wel doen in een vorm en een taal die wordt begrepen.
In onze erediensten willen we God ontmoeten door te luisteren naar een preek, door te zingen, door stil te zijn, door te bidden etc. We vinden een goede uitleg van het Woord belangrijk, als bemoediging en troost, als opdracht en inspiratie, om te leren leven vanuit de Bron en daar in ons dagelijks leven invulling aan te geven. Daarnaast komen we samen voor het vieren van de sacramenten van doop en avondmaal en om elkaar te ontmoeten.
De droom die we als kerkenraad voor onze gemeente in de Kruidenwijk hebben is dat we een bruisende gemeente zijn, waar iedereen zich gezien en welkom voelt.

Huidige situatie/organisatie:
In de Schaapskooi vindt elke zondagmorgen één dienst plaats, om 9.30 of 10.00 uur (tijdstip wisselt met invoering zomer- of wintertijd). Voor de diensten wordt tot dusver een (min of meer) vast stramien gehanteerd, die ook leidraad is voor diensten met gastpredikanten. Verder worden met name de diensten rondom Kerst en Pasen (inclusief Stille week) voorbereid in samenwerking met een liturgiecommissie.
Een aantal jaren geleden zijn we gestart met de “net effe anders”-diensten, om betere aansluiting te krijgen bij de verschillende doelgroepen. De evaluatie van deze diensten heeft bijgedragen aan het formuleren van onze visie op de erediensten. Deze visie is weergegeven in onderstaand schema.

Aandachtspunten:
a. Variatie. Iedereen is verschillend. Er zijn verschillen in de manier waarop mensen informatie opnemen en verschillen hoe mensen een dienst beleven. Het is daarom goed om daar ook in onze erediensten op in te spelen. Muziek speelt natuurlijk een belangrijke rol in onze erediensten. Wanneer we variatie willen, kiezen we ervoor om verschillende liedbundels te gebruiken. We zoeken ook variatie in de begeleiding: Niet alleen het orgel, maar ook het combo. Zo mogelijk zetten we het combo vaker in. We willen ook dat gemeenteleden liederen kunnen aandragen voor een dienst. Dat vraagt uiteraard ook iets van de predikant. In dat kader willen we ook de gastpredikanten meer ruimte geven voor een eigen invulling. Variatie betekent niet per definitie dat een dienst drukker en voller moet worden. Variatie betekent ook de afwisseling van stilte en dynamiek.
b. Betrokkenheid. We zien graag dat gemeenteleden betrokken zijn bij de voorbereiding of tijdens de dienst. Het voorlezen uit de Bijbel is al een goed voorbeeld van hoe gemeenteleden bij een dienst worden betrokken. We willen het voorleesrooster uitbreiden, maar ook kijken of we elementen uit “net effe anders”- diensten kunnen integreren in reguliere diensten. Denk bijvoorbeeld aan gemeenteleden die in gebed voorgaan in plaats van de predikant, gemeenteleden die liederen aandragen etc.
c. Toegankelijkheid. We vinden het fijn om samen met de kinderen en (als zij dat ook willen) de jongeren van het JOK de dienst te starten. We willen dat de dienst ook voor hen te begrijpen is en dat er een moment speciaal voor hen is. We willen dit moment eerder in de dienst laten plaatsvinden, zodat de kinderen meer tijd hebben in de nevendienst. Verder willen we een betere afstemming tussen de thema’s in de diensten en het JOK. Toegankelijkheid heeft ook veel met taal te maken. Moeilijk taalgebruik kan een drempel zijn om de boodschap over te brengen. Dat betekent dat we daar rekening mee houden met de keuze van liederen en uit welke vertaling we uit de Bijbel lezen. Dat betekent niet dat we automatisch uit de Bijbel in Gewone Taal lezen. Soms is de ene vertaling sprekender dan de ander.
d. Ontmoeting. De eredienst is een centraal moment om elkaar te ontmoeten en om gasten te ontvangen. Een goede gastheer biedt zijn gasten altijd koffie/thee of iets anders te drinken aan. Samen koffiedrinken en eten zorgt voor goede gesprekken. Dat geeft het gevoel bij een gemeente te horen. We willen het aantal koffiemomenten uitbreiden, liefst om de week. Verder heten we gasten welkom in ons midden. Wanneer je naast iemand zit die je niet kent, maak dan even een praatje. We willen immers dat iedereen zich gezien en welkom voelt. Ook de gastvrouwen en gastheren hebben daar natuurlijk een rol in.

Beleidsvoornemens:
a. We verkennen of de bestaande werkgroep eredienst en het team voor de “net-effe-anders”-diensten kunnen integreren richting een toekomstige werkgroep voor de inbreng van gemeenteleden in de erediensten.
b. We bespreken de invulling van de muzikale ondersteuning met de organisten en het combo, en zorgen dat de opzet van elke dienst vooraf goed is afgestemd tussen predikant, organist/combo, ouderling van dienst, kindernevendienst/JOK en eventueel participerende gemeenteleden.
c. Gastpredikanten krijgen nu een brief over hoe wij het gewend zijn. Dat gaan we veranderen. We kijken ook nauwkeuriger wie we als gastpredikant uitnodigen.
d. We maken een plan voor uitbreiding van het aantal momenten om koffie te drinken na de dienst, en willen daar een betere plaats voor creëren.


2.2 Geloofsopvoeding voor de jeugd
Aangezien ‘Dorp’ (Dorpskerk) en ‘Kruidenwijk’ (Schaapskooi) ieder een eigen invulling geven aan hoe de geloofsopvoeding voor de jeugd georganiseerd wordt, is het beleid rondom dit onderwerp opgedeeld in een a-deel met daarin de beschrijving van de geloofsopvoeding in de ‘Dorp’ en een b-deel met daarin de beschrijving van de geloofsopvoeding in de Kruidenwijk.

2.2a Geloofsopvoeding voor de jeugd ‘Dorpskerk’
Uitgangspunten:
In de geloofsopvoeding wordt kennis overgedragen over Bijbel, geloof en kerk.

Huidige situatie/organisatie:
Geloofsonderricht is in de eerste plaats een taak van de ouders. De gemeente kan en wil de ouders daarin ondersteunen. De gemeente dient de ouders ook te motiveren verantwoordelijkheid te nemen in het geven van geloofsonderricht en kan hen daarbij ondersteunen.
Van groot belang bij alle catechese is de onderlinge binding van de leden van de groepen en de verbondenheid met de catecheet. Op deze manier wordt behalve geloofsonderricht ook pastorale zorg verleend aan jonge gemeenteleden.
De verantwoordelijkheid voor de catechese berust bij de wijkkerkenraad. De wijken West en Oost geven gezamenlijk vorm aan de catechese. De catechese wordt in beide wijken gegeven door predikanten, catecheten en gemeenteleden.

Aandachtspunten:
a. De kwaliteit en vorm van de catechese
b. De catechese binnen de hele Protestantse Gemeente Hellendoorn

Beleidsvoornemens:
a. Catechese is niet meer een activiteit waaraan de jongeren van de gemeente vanzelfsprekend deelnemen. Daarom moet er worden gezocht naar manieren om de catechese op een hedendaagse en aansprekende manier te geven. In de Protestantse Kerk in Nederland is veel in beweging rond de catechese. Hier kunnen we ideeën opdoen.
b. Hoewel de wijkgemeenten West en Oost, enerzijds, en de wijkgemeente Kruidenwijk, anderzijds, verschillende programma’s aanbieden, kunnen zij elkaar ondersteunen en inspireren.

2.2b Geloofsopvoeding voor de jeugd ‘De Schaapskooi’
Uitgangspunten:
Bij geloofsopvoeding staat het overdragen van kennis over Bijbel, geloof en kerk centraal. De uitdaging van geloofsopvoeding in de 21e eeuw is hetgeen uit de Bijbel geleerd kan worden, toe (te leren) passen in de huidige tijd.
Geloofsopvoeding is in de eerste plaats een taak van de ouders. De gemeente kan en wil de ouders daarin ondersteunen en motiveren om verantwoordelijkheid te nemen in het geven van geloofsonderricht (bijvoorbeeld als onderdeel bij V&T).

Huidige situatie/organisatie:
De wijkkerkenraad is verantwoordelijk voor de overdracht van kennis over Bijbel, geloof en kerk tijdens de kerkdiensten, en het stimuleren van geloofsopvoeding door de ouders.
Tijdens de diensten vindt geloofsopvoeding plaats in de kindernevendienst en voor de tieners vanaf het voorgezet onderwijs in JOK (jeugd onder kerktijd).
Verder zijn er enkele gespreksgroepen voor kinderen van de middelbare school, waarbij ouders het programma verzorgen. Belijdeniscatechisatie wordt gegeven door de predikant.

Aandachtspunten:
a. Catechese is in deze tijd niet meer een activiteit waaraan de jongeren van de gemeente vanzelfsprekend (al dan niet gestimuleerd door hun ouders) deelnemen. Daarom werken we aan vormen van geloofsopvoeding die passen bij deze tijd, laagdrempelig zijn en waarbij ouders -bij voorkeur- een belangrijke rol spelen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van ondersteuning door programma’s en materiaal van de landelijke kerk (JOP).

Beleidsvoornemens:
a. Bij de kennisoverdracht speelt de predikant een actieve rol. Ofwel door zelf geloofsonderricht te verzorgen of door een actieve ondersteuning van ouders of gemeenteleden die deze taak op zich nemen. (NB: dit geldt ook voor de ondersteuning van de verschillende Bijbel-gesprekskringen in de wijk).
Er zijn goede ervaringen opgedaan met gespreksgroepen, die door de ouders worden geleid. Het voornemen is om, iedere keer dat een groep kinderen afzwaait van de kindernevendienst, een gespreksgroep met deze kinderen te starten die door de ouders wordt geleid. De kerkenraad doet daarvoor een beroep op de desbetreffende ouders.
Ouders kunnen praktische ondersteuning bij de voorbereiding van een gespreksavond goed gebruiken. De kerkenraad voorziet in een koffer met materialen.
De kerkenraad bespreekt jaarlijks de stand van zaken met betrekking tot geloofsopvoeding bespreken. Ook de rol van de predikant, ouders en jeugdwerkers komt hierbij aan de orde.


2.3 Vorming en Toerusting
Bij vorming en toerusting staat het groeien in geloof en in de gemeenschap met elkaar centraal.

Uitgangspunten:
Het doel van vorming en toerusting is mensen binnen en buiten de kerk te stimuleren om met elkaar in gesprek te gaan over geloven en geloofservaringen, vragen en twijfels met elkaar te delen, en te leren uit de Bijbel en van elkaar. Daarnaast willen we gemeenteleden ook ondersteunen, zodat ze groeien in geloof en in de gemeenschap met elkaar. Daarvoor wordt ieder jaar een ruim aanbod aan studiekringen, gesprekskringen, cursussen en thema-avonden gepresenteerd.

Huidige situatie/organisatie:
Het aanbod van ‘Vorming & Toerusting’ wordt momenteel voorbereid door een commissie, bestaande uit 2 leden vanuit Hellendoorn en 2 leden vanuit de Kruidenwijk, onder voorzitterschap van ds. Wassenaar. Dit aanbod wordt ieder jaar begin september in een boekje met het kerkblad verspreid, samen met een aanmeldingsformulier. Ook kan men zich aanmelden via de website. De activiteiten zijn bijna allemaal gratis bij te wonen (waarbij wel een collecte wordt gehouden).
Hoewel er sprake is van één aanbod voor Hellendoorn en Kruidenwijk, liggen de accenten verschillend. In het dorp Hellendoorn ligt het accent op de door de commissie georganiseerde thema-avonden en doe-activiteiten zoals de excursies. In de Kruidenwijk ligt het accent op kleine (project)groepen en gesprekskringen. Deze kringen functioneren vrijwel zelfstandig. Ze worden waar nodig ondersteund door de commissie en/of de wijkpredikant, en hebben ook een belangrijke functie voor het onderlinge pastoraat.

Aandachtspunten:
a. Meer variatie in het aanbod
b. Het meer betrekken van gemeenteleden van verschillende leeftijden
c. De toerusting van vrijwilligers voor het uitvoeren van taken binnen de kerk
d. Publiciteit
e. Contact met Nijverdal

Beleidsvoornemens:
a. Naast activiteiten met het accent op het verstand en het denken, ook activiteiten met het accent op hart (gevoel) en handen (doen). Daarom worden ook activiteiten georganiseerd zoals een thema-avond “Bijbels culinair” (samen koken en eten), een creatieve cursus of (met toenemende belangstelling) de excursies.
b. Deelnemers aan thema-avonden van V&T zijn vaak 50 +. De ‘dertigers en veertigers’ ontbreken relatief vaak (hoewel een deel van hen wel actief is in verschillende werkgroepen in de kerk). De geringe deelname van deze doelgroep kan te maken hebben met hun drukke levensfase, maar misschien sluit het aanbod van V&T onvoldoende bij hen aan. Daarom streven we naar input van en/of nieuwe leden uit die leeftijdsgroep.
c. Toerusting in geloofsopvoeding voor ouders en vrijwilligers in het jeugdwerk, of een training voor gespreksleiders van Bijbelstudie- en gesprekskringen (eventueel in samenwerking met andere gemeenten, of de Raad van kerken) is nodig om mensen praktische tips te geven.
d. Aan publiciteit wordt veel aandacht besteed, zowel door de presentatie van het jaarlijkse boekje tijdens de startzondag, als gedurende het hele seizoen door de “reminders” in het kerkblad, aankondigingen in de kerkdiensten (mondeling en/of via de beeldschermen) en aankondigingen in de huis-aan-huis-krant. Daarnaast staat het programma op de website, inclusief de mogelijkheid van aanmelding via de site. Toch blijft het een aandachtspunt om naast de kring van vaste bezoekers ook anderen middels duidelijke pr te bereiken.
e. Het verdient aanbeveling het aanbod af te stemmen met dat van Nijverdal en te bekijken of er vormen van samenwerking mogelijk zijn, als de inschatting is dat daarmee meerwaarde bereikt wordt.



3. De relatie naar binnen
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat we binnen onze gemeente willen bereiken en doen om onze relatie met elkaar te versterken. We gaan in op pastoraat, organisatiestructuur, predikanten en kerkelijk werker, jeugdwerk en beheer.


3.1 Pastoraat
Aangezien ‘Dorp’ en ‘Kruidenwijk’ ieder een eigen invulling geven aan hoe het pastoraat georganiseerd wordt, is het beleid rondom dit onderwerp opgedeeld in een a-deel met daarin de beschrijving van pastoraat in ‘Dorp’ en een b-deel met daarin de beschrijving van pastoraat in de Kruidenwijk.

3.1a Pastoraat in ‘Dorp’
Uitgangspunten:
‘Want waar twee of drie mensen in mijn Naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ (Mattheüs 18:22).
Het pastoraat en omzien naar elkaar wordt uitgeoefend onder alle gemeenteleden met als doel in vertrouwelijke gesprekken de kernzaken van het leven te delen. Zo wordt de opdracht: ‘Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft’ (Romeinen 12:15) in praktijk gebracht. Het is de hulp, die we elkaar bieden om de weg met God te gaan, in alle omstandigheden van het leven. (Bron: Kerk 2025: Waar een Woord is, is een weg p. 16)

Huidige situatie/organisatie:
De verantwoordelijkheid voor het pastoraat ligt bij de wijkkerkenraden. Zij geven hier op hun eigen wijze vorm aan. Het pastoraat wordt uitgeoefend door predikanten, kerkelijk werker, ouderlingen, pastoraal bezoekers, contactpersonen, al dan niet georganiseerd in pastorale teams. Daarnaast wordt er gemeentebreed een beroep gedaan op alle gemeenteleden om om te zien naar elkaar. O.a. in (groot)huisbezoeken, bijbel- en gesprekskringen, doopgesprekken en in de zondagse erediensten krijgt het omzien naar elkaar gestalte.
Pastoraat is in de huidige praktijk vooral vraaggericht, de belangstelling voor persoonlijke bezoeken loopt terug. Pastoraat vindt vooral plaats bij geboorte, ziekte, rouw en trouw, op zgn. kruispunten in het leven. Een enkele ambtsdrager gaat nog structureel op huisbezoek. Andere, belangrijke contactmomenten zijn o.a.: koffiedrinken voor of na kerkdiensten. Deze kunnen een goede opstap bieden voor een vervolggesprek of een pastoraal contact.
Er wordt minder beroep gedaan op ondersteuning van predikanten in geval van ziekte of overlijden. Omdat er minder behoefte is, minder binding met de kerk, maar ook omdat men minder lang in het ziekenhuis verblijft. Bij overlijden wordt vaker een uitvaartspreker ingeschakeld.

Aandachtspunten:
a. De kwaliteit van het pastoraat/ omzien naar elkaar
b. Vormen van pastoraat – informele contacten/vereenzaming/pastoraat (jonge) gezinnen
c. Verbinding diaconie en pastorale bezoekers
d. Openheid, aanvaarding en gastvrijheid in het gemeenteleven zichtbaar maken

Beleidsvoornemens:
a. Pastoraat regelmatig bespreken in de wijkkerkenraden en de Algemene Kerkenraad; Tenminste eenmaal per jaar, tussen Pasen en de zomervakantie, wordt pastoraat geagendeerd voor zowel de wijkkerkenraden als de Algemene Kerkenraad;
Voortdurend wegen zoeken om de pastorale zorg/het omzien naar elkaar/aandacht geven zo goed mogelijk te verrichten en vorm te geven, zodat ook de pastoraal bezoekers deze taak van harte kunnen verrichten;
Het aanbieden van voorlichting- en training aan ouderlingen en pastorale vrijwilligers door de algemene kerkenraad, ter ondersteuning en toerusting voor de taak van pastoraal vrijwilliger;
Jaarlijks enkele bijeenkomsten van het pastoraal team, bestaande uit predikanten, wijkouderlingen en pastoraal bezoekers, om elkaar te helpen en te inspireren voor het pastorale werk;
Waken voor overbelasting; zorg voor de pastorale bezoekers, zodat zij hun werk van harte blijven doen. Tenminste eenmaal per jaar wordt dit besproken in de wijkkerkenraden en in de Algemene Kerkenraad;
b. Zoeken naar nieuwe vormen van pastoraat. Er is meer behoefte aan aandacht (informeel contact) dan aan verplichte huisbezoeken. Onderzoeken welke structuur daarvoor passend is;
Behoefte aan bezoek ligt vooral bij ouderen, de eenzaamheid is daar groot; een punt van aandacht, zeker omdat structureel huisbezoek afneemt. Wegen vinden om deze mensen in beeld te houden en dit te ondervangen;
Voor nieuwe vormen van pastoraat kan gedacht worden aan het stimuleren van de vraag door bijvoorbeeld het organiseren van wandelingen en/of fietstochten, gezamenlijke maaltijden. Met dat laatste is door de jeugddiakenen al een begin gemaakt;
Tijdens de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden de namen van de overleden gemeenteleden genoemd in de ochtenddiensten. Daarna is er gelegenheid elkaar te ontmoeten in De Leerkamer, waar ook de predikanten en ouderlingen zoveel mogelijk bij aanwezig zijn. Dit is positief ontvangen en zetten we voort;
Duidelijk is, dat behoefte aan pastorale zorg het grootst is bij kruispunten van het leven: hoogte- en dieptepunten. Onderzoeken of er behoefte is aan een gesprekskring rouwverwerking;
Wegen vinden om meer in contact te komen met jonge gezinnen. Dit gebeurt o.a. door de uitbreiding van doopgesprekken, het kofferproject, koffiedrinken na de krabbeldienst. Dit bouwen we geleidelijk uit;
Contact met jongeren onderhouden via groepsapps. Koffiedrinken na jongerendiensten, jongeren erbij betrekken, zodat er, hoe kort ook, toch contactmomenten zijn;
c. De diaconie zou meer samenwerking willen hebben met pastorale teams om signalen op te vangen en door te geven. Dit gebeurt nu slechts incidenteel. Bespreken binnen de Algemene Kerkenraad hoe de samenwerking tussen diaconie en pastorale teams beter vorm kan krijgen, met respect voor de privacy;
d. Tijdens een van de gemeente-avonden is door gemeenteleden uitgesproken dat in het omzien naar elkaar ‘openheid’, ‘aanvaarding’ en ‘gastvrijheid’ uit te dragen en zo mogelijk te vergroten. Gastvrijheid moet je doen: o.a. het koffiedrinken rondom de diensten, gastvrijheid bij binnenkomst in de kerk, bij (bijzondere) diensten – bijv. doop, rouw, trouw, kinderkerstfeest -, ook andersgelovigen laten ervaren dat ze welkom zijn.


3.1b Pastoraat in de Kruidenwijk
Uitgangspunten:
‘Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ (Mattheüs 18:22).
De gemeente verricht haar pastorale taak aan de leden en aan anderen die op haar pad komen, met als doel in vertrouwelijke gesprekken de kernzaken van het leven te delen. Zo wordt de opdracht: ‘Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft’ (Romeinen 12:15), in praktijk gebracht.
De verantwoordelijkheid voor het pastoraat berust bij de wijkkerkenraad. Pastorale zorg en aandacht is echter een zaak van de hele gemeente, niet alleen voor de leden die daarvoor zijn aangesteld.

Huidige situatie/organisatie:
Het pastoraat is in de praktijk vooral vraaggericht en vindt vooral plaats bij geboorte, ziekte, rouw en trouw, op de zogenaamde kruispunten in het leven.
Het pastoraat wordt uitgeoefend door de predikant, de ouderlingen en het pastorale team. Daarnaast wordt op alle leden steeds weer een beroep gedaan om oog te hebben voor de ander.
Ook binnen de verschillende gesprekskringen krijgt het omzien naar elkaar gestalte.

Aandachtspunten:
a. De kwaliteit van het pastoraat
b. Aandacht en uitbreiding van de verschillende vormen van pastoraat.
c. Overleg met andere geledingen.

Beleidsvoornemens:
a. Kwaliteit: het aanbieden van scholing en toerusting voor het pastorale team en belangstellenden;
b. Onderzoek naar de verschillende vormen van pastoraat, waaronder: behoefte aan doelgroepkringen of geografische kringen, met als doel elkaar te helpen, te bemoedigen en te versterken;
Op zoek gaan naar passende vormen van pastoraat voor en na de eredienst;
Zoeken naar een relevante manier van welkom heten van nieuw ingekomen.
c. Het pastoraat zal regelmatig worden geagendeerd voor de wkr-vergadering. Het pastorale team zal in overleg met de predikant een plan opstellen om de beleidsvoornemens passend en haalbaar vorm te geven.
3.2 Organisatiestructuur Protestantse Gemeente te Hellendoorn
Uitgangspunt:
De wijkkerkenraden dragen, vanuit de opdracht: ‘Opdat zij allen één zijn’, zorg voor de eenheid van de gemeente. Dit op basis van ‘eenheid in verscheidenheid’. (Pluriformiteit)

Huidige situatie/organisatie:
De Algemene Kerkenraad (AK) bestaat uit predikant en afvaardiging ambtsdragers uit elke wijkkerkenraad, preses Diaconie, preses College van Kerkrentmeesters, preses Jeugdraad, preses AK en scriba AK. De AK en de WKR’en behartigen samen de hoofdtaken van de kerkenraad. Er zijn drie WKR’en (Oost, West en Kruidenwijk). In een Plaatselijke Regeling is beschreven welke bevoegdheden bij de AK liggen en welke bij de WKR.
Onder de verantwoording van de AK of de WKR functioneert een aantal commissies en werkgroepen min of meer zelfstandig.

Aandachtspunten:
a. Afstemming wijkkerkenraden onderling
b. Gezamenlijke verantwoordelijkheid
c. Landelijke ontwikkelingen

Beleidsvoornemens:
a. Waar mogelijk afstemming wijkkerkenraden onderling. We werken op basis van ‘eenheid in verscheidenheid’ (Pluriformiteit). Per jaar zijn er acht WKR-vergaderingen. Daarvan wordt er vier keer gezamenlijk begonnen voor bespreking van gezamenlijke onderwerpen die alle wijken raken, zoals de begroting en de jaarrekening;
b. In het recente verleden is nagedacht over de vraag of het aanbeveling verdient om als Dorp en Kruidenwijk uiteen te gaan (lees: verzelfstandiging van de Kruidenwijk) of de samenwerking anders te organiseren. Daar is niet voor gekozen. Bijgevolg hebben we als Dorp en Kruidenwijk besloten elkaar vast te houden onder het gezichtspunt van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel in het verband van de algemene kerkenraad en eigen beleidsruimte voor zaken waarover de wijkkerkenraden gaan;
c. De landelijke ontwikkelingen volgen en waar nodig maatregelen nemen. Daarbij zorgen voor vertegenwoordiging van de plaatselijke gemeenten in deze organen.


3.3 Predikanten en kerkelijk werker in het pastoraat
Op dit moment is er in de Protestantse Gemeente te Hellendoorn plek voor 3 fulltime predikanten. Daarnaast is er een kerkelijk werker voor 25% aangesteld. Zijn taak is: zorg aan gemeenteleden uit de wijken Oost en West in de ‘tehuizen’.

Uitgangspunten:
De kerntaken van de predikanten en de kerkelijk werker zijn:
- Het voorgaan in erediensten om Gods woord te verkondigen en mee te werken aan de gemeente als gemeenschap;
- Een goede pastorale zorg;
- De geloofsgroei van gemeenteleden en bezoekers;
- De verdere ontwikkeling van een levendig jeugdwerk;
- De predikanten en kerkelijk werker werken daarbij samen met de wijkkerkenraden, de algemene kerkenraad en de pastorale teams.

Huidige situatie/organisatie:
De drie predikanten voeren elk een aantal centrale taken uit in de wijk waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Verder zijn de wijk-overstijgende taken, zoals Vorming en Toerusting, Jeugdwerk en Missionair werk onderling verdeeld.

Aandachtspunten:
a. Samenwerking tussen de verschillende predikanten en kerkelijk werker en samenwerking predikant en vrijwilligers.
b. Landelijke ontwikkelingen.

Beleidsvoornemens:
a. In het team van predikanten en kerkelijk werker wordt gewerkt aan de verdeling van de taken die zich daarvoor lenen, naar mogelijkheden, gaven en interesses. Bij de invulling en uitvoering van de werkzaamheden kan ook hulp gevraagd worden aan ambtsdragers of andere ‘werkers in de wijngaard’.
b. De landelijke ontwikkelingen volgen en waar nodig maatregelen nemen. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen met betrekking tot beroepingswerk en de bevordering van mobiliteit van predikanten.


3.4 Jeugdwerk
Het gaat in deze paragraaf over alle activiteiten voor en door jongeren, jonger dan ca. 20 jaar.

Uitgangspunten:
In het jeugdwerk wordt aan de jongeren van de gemeente en uit de omgeving van de gemeente een plaats geboden:
- Waar ruimte is om over geloven te praten en te leren;
- Waar christelijke waarden en normen tot uiting worden gebracht, waaronder het dienen van de ander door te delen van de gaven die we van God hebben ontvangen;
- Waar zij zich veilig kunnen voelen;
- Waar zij zelfverantwoordelijkheid leren dragen en waar ruimte is voor eigen ideeën;
- Waar ruimte is om leeftijdsgenoten te ontmoeten;
- Waar mensen zijn die luisteren naar jongeren, die hen nemen zoals ze zijn, die hun mening respecteren en hen helpen die te ontwikkelen.

Organisatie:
Het jeugdwerk wordt bestuurd en gecoördineerd door de Jeugdraad die verantwoording aflegt aan de Algemene Kerkenraad. De Jeugdraad bestaat uit de jeugdambtsdragers, vrijwilligers uit de verschillende wijken, een voorzitter, een secretaris en een predikant.

Aandachtspunten:
a. Professionele begeleiding van het jeugdwerk;
b. Erediensten die aansluiten op de belevingswereld van kinderen en jongeren;
c. Communicatie met jongeren. Stimuleren van contact tussen jongeren uit de kerk;
Ook via de moderne middelen contacten onderhouden en versterken met jongeren.
d. Verbinden van diaconaat en jeugdwerk;
e. Investeren in het versterken van de samenwerking met het christelijk onderwijs;

Beleidsvoornemens:
a. Voorgesteld wordt de professionele begeleiding van het jeugdwerk opnieuw in te vullen, als daar geldelijke middelen voor zijn. Dit zou kunnen door een professionele jeugdwerker aan te stellen, die intensief met de jongeren in contact kan staan. Deze jeugdwerker kan de huidige en toekomstige predikanten ook ondersteunen in het omgaan met de jongeren in hun wijkgemeente. Ook zou de begeleiding van de jeugd een specifiekere taak voor een huidige of toekomstige predikant kunnen worden; Vooralsnog is dit de lijn, zoals die ook na het vertrek van de laatste jeugdwerker gevolgd is.
b. Aandacht voor het aansluiten van de eredienst op de belevingswereld van jongeren is een zaak van de hele gemeente onder verantwoordelijkheid van de wijkkerkenraden. De wijkkerkenraden maken dit onderwerp, met en voor jongeren, bespreekbaar in de gemeente. Onderdeel hiervan is het betrekken van jongeren bij de invulling van de diensten, zoals bijvoorbeeld meedenken & voorbereiden van diensten, en praktische taken zoals het bedienen van de schermen in de kerk, koffie schenken, voorlezen e.d.;
c. Bij het organiseren van activiteiten moet er aandacht zijn voor contactmomenten waarop persoonlijk contact ontwikkeld kan worden tussen de jongeren uit de gemeente. Ook ouders moeten nadrukkelijker bij het jeugdwerk betrokken worden. Zij zijn onmisbaar in hun taak zelf te participeren en hun kinderen en jongeren te motiveren voor deelname aan het jeugdwerk. Tot slot moet er meer gebruik gemaakt worden van moderne communicatiemiddelen om jongeren te betrekken bij activiteiten;
d. Diaconale activiteiten voor de jeugd ondersteunen en promoten. Dit krijgt al gestalte in activiteiten zoals het koken voor ouderen, of deelname aan activiteiten ter ondersteuning van onze partner-gemeente in Roemenië. Om het diaconaat meer onderdeel te laten worden van het jeugdwerk overleggen de jeugddiakenen over (nieuwe) activiteiten;
e. Contacten met het christelijk onderwijs versterken (via bv. samenwerking met basisscholen betreffende gezinsdiensten of met VO-scholen betreffende jeugddiensten).


3.5 Beheer
Uitgangspunten:
Het College van Kerkrentmeesters
- Draagt zorg voor het faciliteren van de eredienst, het pastoraat, de catechese en de toerusting van de gemeenteleden;
- Draagt zorg voor de instandhouding en exploitatie van de gebouwen en andere (on)roerende goederen van de gemeente;
- Stelt jaarlijks een meerjarenbegroting en jaarrekening op. In de meerjarenbegroting is het financieel beleid op lange termijn vastgelegd;
- Is verantwoordelijk voor de administratie en automatisering;
- Geeft leiding aan kerkelijke medewerkers en een steeds groter wordende groep van vrijwilligers op het terrein van het beheer;
- Draagt zorg voor de inzameling van de gelden voor genoemde doelen;
- Informeert gemeenteleden en spoort hen aan hun verantwoordelijkheid te nemen voor de financiële instandhouding van de gemeente;
- Constateert dat er sprake is van gelijkblijvende of dalende inkomsten en van stijgende kosten;
- Streeft ernaar te bezuinigen op de kosten en zoekt wegen om de inkomsten te doen stijgen.
De uitkomsten van de gemeenteraadpleging laten zien dat gemeenteleden zich soms wel bewust zijn van het feit dat de gemeente kleiner wordt en dat er daardoor dalende inkomsten zijn. Deze gemeenteleden zijn zich ervan bewust dat beleidsaanpassingen hiervan het gevolg zullen zijn.

Organisatie
De gemeente heeft één College van Kerkrentmeesters, dat bestaat uit de ouderling-kerkrentmeesters van de gemeente, waaronder een voorzitter en de penningmeester van de Protestantse Gemeente te Hellendoorn. Een boventallig lid is secretaris-kerkrentmeester.

Aandachtspunten
a. Volledige bezetting van het college (4 leden per wijk);
b. Verlaging van de kosten en verhoging van de inkomsten;
c. Zorg voor de instandhouding van de eigendommen;
d. Open staan voor nieuwe initiatieven;
e. Communicatie op financieel gebied;
f. Financieel beleid op de lange termijn;
g. Projectenfonds;
h. Opknappen liturgisch centrum van De Schaapskooi.

Beleidsvoornemens:
a. Het college streeft naar een volledige bezetting (vier leden per wijk) door actief te werken aan de vervulling van de vacatures in het college, in overleg en in samenwerking met de wijkkerkenraden;
b. Het college stelt een evenwichtige meerjarenbegroting op en geeft de ruimte aan voor investeringen. Het college stelt bindende regels op voor budgetbeheer en brengt dit onder de aandacht van de wijkkerkenraden en andere organisatieonderdelen. Het college doet onderzoek naar mogelijkheden voor verlaging van de uitgaven en verhoging van de inkomsten en adviseert hierover de Algemene Kerkenraad. Aandacht zal worden besteed aan het realiseren van een zo hoog mogelijk rendement uit het beschikbare vermogen, waarbij financiële risico's tot een minimum moeten worden beperkt;
c. Het college beheert de eigendommen van de Protestantse Gemeente te Hellendoorn. Goede gebouwen en faciliteiten zijn nodig om alle activiteiten mogelijk te maken. Waar mogelijk en wenselijk zullen stappen worden gezet om de verhuur van de Leerkamer en 'n Oalen Griezen te verhogen;
d. Het college staat open voor nieuwe initiatieven en activiteiten vanuit de leden en de geledingen. Uitgangspunt hierbij is wel nieuw voor oud. De kosten van nieuwe activiteiten zullen moeten worden gefinancierd door het schrappen en/of bezuinigen op bestaande posten, een en ander ter beoordeling van het college;
e. Het college bevordert zowel intern als extern de bewustwording over de financiële situatie van de gemeente. De communicatie is gericht op de betrokkenheid van de leden met hun kerk. Het beeld van een ”rijke” gemeente moet hierbij worden weggenomen;
f. In 2016 zijn besluiten genomen over besparende maatregelen. Deze hebben voor een groot deel vanaf 2018 effect. De laatste maatregel heeft in 2021 z’n effect (de 100% predikantsplaats in de Kruidenwijk wordt verlaagd naar 75%. Met deze maatregel is de werkdruk van de predikant in de Kruidenwijk gelijk aan die van de predikanten in het dorp) Op grond van de uitgangspunten van de meerjarenbegroting 2018 is er in 2021 nog een tekort van € 10.275,00. Jaarlijks zal nauwlettend worden gevolgd hoe de inkomsten en uitgaven zich ontwikkelen en wordt beoordeeld of maatregelen noodzakelijk zijn;
g. Het fonds dat in het verleden is ontstaan uit de herwaardering van de voormalige kosterswoning in Hulsen krijgt de naam ‘Projectenfonds’. Uit dit fonds kunnen projecten worden gefinancierd die niet begroot zijn en die als doel hebben gemeenteleden (waaronder de jeugd) bij de kerk te betrekken. De uitvoering van een project kan één moment zijn, maar ook over een langere periode gespreid zijn. De projecten die voor dit fonds in aanmerking komen dienen financieel gedegen onderbouwd te zijn en duidelijk, meetbare, doelen te bevatten. Ze dienen vroegtijdig bij het moderamen AK te worden ingediend. Deze vragen advies aan het College van Kerkrentmeesters waarna besluitvorming plaatsvindt in de AK;
h. Voor “de Schaapskooi” in de Kruidenwijk wordt door de wijkkerkenraad een plan gemaakt voor het opknappen van het liturgisch centrum en – in samenwerking met de school – het realiseren van een betere ruimte en betere faciliteiten voor koffiedrinken na de diensten.



4. De relatie naar buiten
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat we binnen onze gemeente willen bereiken en doen om onze relatie naar de wereld om ons heen te versterken. We gaan in op diaconaat, missionair werk en communicatie.


4.1 Diaconaat
Deze paragraaf gaat over het diaconaat in onze gemeente. Het diaconaat van de gemeente heeft een specifieke functie, namelijk: het opkomen voor de minder bedeelden. Maar het diaconaat kan ook een bijdrage leveren aan de opbouw van de gemeente, zoals het bevorderen van onderling dienstbetoon en het omzien naar elkaar. Ook kan het een ingang zijn voor (nieuw) contact met rand- en buitenkerkelijken.

Uitgangspunten:
Dienen, delen, doen. Dit willen we in de praktijk brengen, samen met de gemeente.
Bevorderen van een gevoel van saamhorigheid, waarover we lezen in Handelingen 2: 44: “allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk”.

Huidige situatie/organisatie:
Het college van diakenen bestaat uit diakenen van de drie wijkkerkenraden.

Aandachtspunten:
a. Samenwerken tussen diakenen en andere ambtsdragers en vrijwilligers bij het signaleren van armoede en knelpunten bij gemeenteleden;
b. Samenwerken met andere instanties/organisaties zoals het Samenwerkingsverband van Diaconieën en Caritasinstellingen, de Roemeniëcommissie, ZWO-commissie, Stichting Hulpfonds Hellendoorn (SHH), Stichting Voedselbank Hellendoorn, Stichting BOOM (Budget Op Orde Maken), Stichting De Huiskamer en Trefpunt Minima;
c. Contact leggen met statushouders;
d. Diaconale bewustwording van de jongeren in de gemeente;
e. Voorlichting over diaconaat;
f. Plaats van de diaconie in de erediensten (diaconale zondag);
g. Onze opdracht om daar aanwezig te zijn en te blijven waar andere vormen van hulpverlening zich hebben teruggetrokken;
h. Vermogen, dat vrijkomt, anders inzetten dan via de bank.

Beleidsvoornemens:
a. Blijven zoeken naar wegen en mogelijkheden om verborgen armoede en knelpunten op het spoor te komen. We hebben daarbij de hulp van predikanten, ambtsdragers en vrijwilligers in het pastoraat nodig. In de wijkkerkenraden en Algemene Kerkenraad houden we de anderen alert om bovengenoemde zaken te signaleren;
b. Zoeken naar mogelijkheden om te bemiddelen bij het bieden van praktische hulp (Hulpfonds, Voedselbank, Burgerlijke overheid);
c. Contacten aanknopen met statushouders en ze bijstaan in hun ontwikkeling van integreren en waar nodig materieel bijstaan;
d. Streven naar uitbreiding van het jeugddiaconaat en het diaconaat voor en door jongeren. We willen dit doen via jeugddiensten, jongerendiensten, het bezoeken van catechese- bijeenkomsten en activiteiten door en voor jongeren, zoals b.v. het samen koken voor ouderen. De jeugddiakenen hebben hier een belangrijke taak. Kinderen en jongeren worden zo vertrouwd gemaakt met de diaconale taak van de gemeente;
e. Vergroting van de bekendheid van de werkzaamheden van de diaconie in de gemeente en daarbuiten. Voortdurend aandacht besteden aan informatieverstrekking over collectes en diaconale projecten. Ook maken we o.a. gebruik van de app Protestant, de website en presenteren ons gezamenlijk met andere diaconieën en caritasinstellingen via het Samenwerkingsverband;
f. Gemeenteleden bewust maken van haar diaconale roeping. Het lichaam is niet één lid maar vele leden. (1 Kor. 12) Het streven is om jaarlijks een diaconale zondag te houden waarin in de eredienst het diaconaat aan de orde komt;
g. Uitvoeren van het beleidsplan en naar wegen zoeken om het diaconale werk verder te ontwikkelen en/of te vernieuwen. Hiertoe worden er regionale en landelijke diaconale bijeenkomsten bezocht. Ook zal geregeld een van de predikanten worden uitgenodigd om in de diaconievergadering over een diaconaal vraagstuk van gedachten te wisselen;
h. In verband met de lage rentestand onderzoeken of het vermogen van de diaconie anders kan worden ingezet dan via de bank op b.v. een spaarrekening, zo mogelijk in samenwerking met (een) of andere diaconieën.


4.2 Missionair werk
Uitgangspunt:
De gemeente van Jezus Christus is missionair. Zij is geen eiland, geen gesloten kring. Zij is gericht op de ontmoeting met haar omgeving. Zij is veelkleurig, maar de bron is het Woord en het getuigenis dat Jezus Heer is. Om wervend te zijn werkt zij aan aansprekende kerkdiensten en catechese, uitgebreide vorming en toerusting, goede pastorale zorg door een breed opgebouwd pastoraal netwerk. Daarnaast getuigt zij ook in haar daden krachtig van Gods Liefde voor de mensen.

Huidige situatie:
Missionaire activiteiten worden ondernomen in de eredienst, in het pastoraat, in het jongerenwerk en in het diaconaat. Daarnaast treden we bij uitstek met missionaire activiteiten naar buiten, om randkerkelijken en mensen buiten de kerk te bereiken.

Aandachtspunten:
a. Missionair werk in het algemeen;
b. De leden van de gemeente;
c. De jongeren van de gemeente;
d. Buiten de gemeente;
e. Trends;
f. Missionair jongerenwerk als taak van de lokale gemeenten, waardoor meer de samenwerking wordt gezocht met andere kerken;
g. Nadruk op relaties;
h. Aandacht voor het gezinsverband (ondersteuning geloofsopvoeding);
i. Mensen/jongeren toerusten voor een missionaire levensstijl (je geloof uitdragen);
j. Koppeling met diaconaat;
k. Treden we voldoende naar buiten;
l. Hoe kunnen we de Christelijke scholen meer betrokken houden bij de verschillende activiteiten van onze kerkelijke gemeente?

Beleidsvoornemens:
a. Aan de basis van alle missionair werk staat de noodzaak om kennis te nemen van de leefwereld van mensen in deze tijd, te zoeken naar hun vragen en noden om samen met hen op zoek te kunnen gaan naar antwoorden vanuit de boodschap van het Evangelie;
b. In de bijeenkomsten van kerkenraden en pastoraal werkers wordt nagedacht over de leefwereld van mensen in deze tijd. Een belangrijk taak ligt er, om voortdurend alert te zijn op missionaire mogelijkheden. Hiervoor kan het materiaal van de afdeling ‘Missionair werk’ van de Protestantse Kerk in Nederland worden gebruikt. Vanuit de Kruidenwijk wordt ernaar gestreefd de kerk beter zichtbaar te maken in de wijk. Daarnaast wordt onderzocht welke nieuwe activiteiten kunnen worden ontwikkeld die als pioniersplek door de landelijke kerk kunnen worden ondersteund;
c. In onze gemeente (met name ‘de Dorpskerk’) is sinds een aantal jaar “de logeerkoffer” in gebruik. Doopouders kunnen een aantal weken deze koffer gebruiken. In de koffer zitten veel materialen (zoals verschillende kinderbijbels). Op deze manier hopen we jonge ouders te kunnen ondersteunen met de toekomstige geloofsopvoeding van hun kinderen;
d. Sinds een aantal jaren worden er krabbeldiensten in ‘de Dorpskerk’ georganiseerd (commissie Stap voor Stap). Deze diensten worden ook door ‘randkerkelijke” gezinnen bezocht. Deze diensten hebben een behoorlijke aantrekkingskracht. Het aantal bezoekers is groeiende;
e. Missionair werk gericht op jongeren wordt verricht in de eredienst, het pastoraat, het jongerenwerk en het diaconaat;
f. In de bijeenkomsten van kerkenraden, jeugdraad en pastoraal werkers wordt nagedacht over de leefwereld van jongeren in deze tijd. In deze bijeenkomsten blijft men voortdurend alert op mogelijkheden om het Evangelie onder de aandacht te brengen;
g. Daarnaast verdient het de aanbeveling om niet over de jongeren te praten maar met de jongeren om zo tot betere inzichten te komen. Hiervoor kan het materiaal van de Protestantse Kerk in Nederland worden gebruikt;
h. In haar activiteiten op het gebied van eredienst, pastoraat, jongerenwerk en diaconaat zoekt de gemeente naar manieren om er te zijn voor mensen buiten de gemeente;
i. Samen met de andere kerkelijke gemeenten in de burgerlijke gemeente Hellendoorn is vanaf 2011 een gezamenlijk missionair jongerenwerk opgezet. Eén van de activiteiten die men organiseert is de FreeXS sportweek. Missionair jongerenwerk is in het missionaire werk een belangrijke pijler;
j. Daarnaast worden initiatieven voor deelname van jongeren aan hulpverleningsprojecten in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld via de partnergemeente in Roemenië of via ‘World Servants’, ondersteund en gestimuleerd. Missionaire activiteiten worden opgepakt in samenwerking met de andere kerkelijke gemeenten (Raad van Kerken) binnen de burgerlijke gemeente Hellendoorn. Met deze partners kunnen we bijvoorbeeld initiatieven ondernemen om als kerken zichtbaar aanwezig te zijn op de talrijke festivals en sportevenementen binnen onze gemeente;
k. Bij dit alles kan ook worden aangesloten bij initiatieven van de afdeling ‘Missionair werk’ van de Protestantse Kerk in Nederland;
l. Via de Karkesproake, website en app attendeert men gemeenteleden op andere interkerkelijke initiatieven zoals o.a. kampvuur-avonden, Hof der Wonderen en het Oecumenisch Leerhuis en bijzondere diensten zoals tentdiensten en diensten in het openluchttheater.


4.3 Communicatie
Uitgangspunt:
De Protestantse Gemeente Hellendoorn wil een ‘open’ gemeente zijn in haar communicatie.
Communicatie is te verdelen in:
- Communicatie naar onze gemeenteleden
- Communicatie naar buiten, de wereld in

Huidige situatie:
De communicatiemiddelen waar we als gemeente gebruik van maken zijn:
- Kerkblad;
- E-mail;
- Informatieavonden in de Leerkamer of Schaapskooi;
- Media-apparatuur in de kerk;
- Website;
- App Protestant;
- Kerkomroep.nl

Aandachtspunten:
a. Gebruik maken van moderne middelen;
b. Opbouw van een e-mail-adressenbestand voor het verspreiden van berichten, (pastorale) mededelingen en dergelijke binnen de gemeente.

Beleidsvoornemens:
a. Tot nu toe wordt de meeste informatie over de kerkelijke activiteiten nog vermeld in het kerkblad, maar het is de wens om meer gebruik te gaan maken van de website (recent geactualiseerd) en vooral van de app Protestant. De app leent zich goed voor meldingen over jeugdactiviteiten, wijkavonden en vorming en toerusting. De app zal een gezamenlijke activiteit moeten worden van de diaconie, wijkkerkenraden en Algemene Kerkenraad;
b. De mail is een goed middel om informatie binnen de gemeente uit te wisselen. Dit geldt voor vergaderstukken, aankondigingen e.d., maar ook voor bijvoorbeeld een wekelijkse gebedsmail zoals die al enkele jaren in de Kruidenwijk wordt gebruikt (uiteraard alleen met toestemming van de betrokkene, kan ook anoniem). Bij gebrek aan een “intranet-achtige” omgeving kan de mail hiervoor gebruikt worden, waarvoor een mail-adressenbestand opgebouwd en bijgehouden moet worden. Hoewel nog niet alle gemeenteleden actief zijn met een computer en e-mail, neemt het gebruik hiervan wel dusdanig toe, dat hier meer gebruik van gemaakt kan worden.





Pagina 1 van 13